Conclusie themabijeenkomst 'Nafase bij overstroming'

"Te veel waarde achter de dijken om er nu niet bij stil te staan".
De watersnood in 1953 zette de Deltawerken in gang. Opgehoogde dijken en ingenieuze waterwerken waren het gevolg, maar wat nu als het toch nog mis gaat? "Groot denken en klein beginnen."

Tekst: Theo Calkoen

Er is inmiddels al weer ruim vier jaar verstreken, maar we herinneren het ons nog als de dag van gisteren: de watersnoodramp in New Orleans. De beelden van het materiële - en sociale leed beheersten dagenlang de journaals. Ook daarna is vaak getoond hoe de wederopbouw verliep en hoe Nederlanders daarbij behulpzaam waren. Recent drukten ook de overstromingen in het Engels Cockermouth ons weer met de neus op de feiten. Als zich een overstroming voordoet, is het leed en de chaos niet te overzien. De actualiteit heeft het onderwerp ‘rampbestrijding' weer her en der op de agenda gezet.

Lange tijd was het echter not done om over de fase na een overstroming te praten. Voorkomen is beter dan genezen, en daarom lag de nadruk de afgelopen decennia op het beveiligen van de Nederlandse grenzen met het water. Langzaamaan groeit het besef dat het pure noodzaak is om toch ook stil te staan bij de fase na een overstroming. De Kennisalliantie organiseerde daarom begin december 2009 samen met TNO en ingenieurs en adviseurs van MWH de themabijeenkomst ‘Nafase bij overstroming'.  

"Kleine kans maar grote gevolgen"

Allemaal buitenlandse voorbeelden, roepen critici. De kans dat zo iets in Nederland gebeurt, is zeer klein. Toch is er alle reden om bij de gevolgen van een overstroming stil te staan, stelde de eerste spreker tijdens de themabijeenkomst, Henk Visée. Hij was jarenlang actief binnen de Taskforce Management Overstromingen, specialiseerde zich in rampenbestrijding en werkt nu vanuit zijn eigen 42Morrow BV. "Er ligt momenteel te veel waarde bij ons achter de dijken om niet bij de gevolgen van een overstroming stil te staan", vindt Visée. In vergelijking tot 1953 zijn we in ons drukke Nederland veel afhankelijker geworden van de vitale infrastructuur, die in de meeste gevallen totaal niet bestand is tegen een overstroming. Hele steden liggen onder zeeniveau. "De kans op een echte overstroming is weliswaar heel klein, maar vermenigvuldig je die zeer geringe kans met de enorme gevolgen van een ramp, dan kom je toch op een aanzienlijk getal uit", aldus Visée. Daarom omarmde hij het initiatief van de Kennisalliantie om over dit onderwerp een themabijeenkomst te organiseren.  

Flexibele geesten

Spreker Mark de Bruijne, in het dagelijks leven docent technische bestuurskunde aan de TU Delft, stelde hardop de vraag of je er naar moet streven om na een overstromingsramp zo snel mogelijk de oude toestand te herstellen. De Bruijne: "We willen altijd zo snel mogelijk terug naar wat we kennen. Maar is het niet beter om onszelf de vraag te stellen: wat willen we hebben? Geheel nieuwe infrastructurele werken. En wellicht zijn er ook allerlei andere zaken, die veel beter zijn te organiseren. Wie zal het zeggen? Groot denken en klein beginnen. Daar gaat het om." De Bruijne vroeg zich ook af hoeveel je van de situatie na een waternoodramp nu al moet inkleuren. Ontwikkelingen gaan razendsnel en wat we vandaag bedenken, is misschien morgen al weer ouderwets. Wellicht is het beter om de geesten rijp te maken voor flexibiliteit. De wetenschapper vindt het wel een idee om meer te investeren in het sociale vermogen om elkaar na een ramp snel te vinden en om dan samen de uitdagingen aan te gaan. "Praten helpt, en bijeenkomsten zoals dit ook!," aldus De Bruijne.

Vragen duiken op

De derde spreker, Gijs van Ginneken, verklapte dat het eigenlijk indruist tegen de opgave van het Hoogheemraadschap Delfland waarbij hij werkt om prominent op de voorgrond te treden tijdens een themabijeenkomst over de vraag: wat te doen na een overstroming? Het Hoogheemraadschap gaat er immers prat op de zaken goed voor elkaar te hebben en er voor te zorgen dat de ingelanden droge voeten houden. Van Ginneken legde uit dat ook het Hoogheemraadschap er echter niet aan ontkomt om na de denken over de situatie na een watersnoodramp. Waterwerken zijn erg duur. Vroeg of laat kan de vraag worden gesteld tot welke prijs en welk risico je het land achter de dijken wilt blijven verdedigen. Een zeer gering overstromingsrisico aanvaarden, kan enorme kosten besparen.

Het Hoogheemraadschap onderzoekt daarom projectmatig in welke mate de geplande investeringen zich verhouden tot de risico's die men loopt als investeringen niet worden gedaan. Tegelijk wordt onderzocht of het voor de ingelanden en/of het Hoogheemraadschap mogelijk is om tegen dergelijke risico's een verzekering af te sluiten. Wat dat laatste betreft is aan het licht gekomen, zo vertelde Van Ginneken, dat het momenteel erg lastig is om  waterrisico's verzekerd te krijgen. Verzekeringsmaatschappijen kunnen namelijk onvoldoende inschatten welke risico's ze moeten afdekken. Het kan heel nuttig zijn als verzekeraars dat inzicht wel krijgen, en mede daarom is ook Van Ginneken er voor dat er nu meer wordt nagedacht over de taken die ons wachten na een overstroming.

Dat nog niet iedereen rijp is voor deze gedachte, bleek uit een opmerking uit de zaal: "Ik betaal een forse premie aan het Hoogheemraadschap. Dat is mijn verzekering tegen natte voeten." Van Ginneken benadrukte dat het in de toekomst helemaal niet zo hoeft te zijn dat Hoogheemraadschappen bepaalde risico's niet meer via waterwerken, maar via een verzekering gaan afdekken. Hij zei er slechts voor te pleiten dat het inzicht in de verzekerbaarheid van overstromingsrisico's wordt vergroot omdat vragen daarover vroeg of laat toch opduiken.

"Goed initiatief"

Als lid van het Taskforce Management Overstromingen is Corsmas Goemans er al jaren van overtuigd dat we onze maatschappij beter moeten voorbereiden op een eventuele overstroming. "Niet zo handig om een belangrijk ICT knooppunt onder zeeniveau te bouwen. Maar het gebeurt nog steeds", weet hij. Gelukkig hoort ook Goemans nu links en rechts geluiden die er op duiden dat het besef begint te groeien om de gevolgen van rampen beter in te kleuren. "Ook in de Tweede kamer", aldus Goemans. Het initiatief van MWH, TNO en de Kennisalliantie om een themabijeenkomst over het onderwerp te organiseren, zag hij als een logisch gevolg van deze ontwikkelingen. Goemans volgde de discussies met meer dan bijzondere belangstelling.

De organisatoren kijken terug op een geslaagde middag met veel creatieve ideeën. Mede dankzij de bijdrage van deelnemers in de workshops is een drietal onderwerpen geïdentificeerd met voldoende draagvlak om er begin 2010 een follow-up aan te geven:

  • 1. organiseren van een maatschappelijk café rondom dit thema, met speciaal aandacht voor het loskoppelen van woningen van de vitale infrastructuur (autarkisch wonen)
  • 2. het idee van verzekerbaar maken van waterveiligheid verder uitwerken
  • 3. een virtuele ("serious") game inrichten met betrokken stakeholders, gericht op autarkie in geval van herstel na overstroming om aldus issue awareness te creëren bij beleidsmakers.
nieuws
Nieuwe samenwerking biedt afvalsector unieke ontwerpen
MWH onderzoekt mogelijkheden voor terugdringen CO2 in Den Haag
Conclusie themabijeenkomst 'Nafase bij overstroming'
 
projecten
Energiemanagementsysteem volgens NEN-EN 16001
NRB-rapportage
Verklaring Vloeistofdichte Vloer
www.mwhglobal.com
Naar boven Home Over ons bedrijf Cursussen & handboeken Werken bij MWH Projecten Nieuws Contact Links
Nieuws zoeken